Een door de verhuurder ingestelde vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst omdat het gehuurde dienst doet als (professionele) hennepkwekerij slaagt in de meeste gevallen. In een recent gepubliceerd arrest (LJN: BQ3043) heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat de enkele inrichting van een woning als hennepkwekerij, zonder dat er daadwerkelijk hennepplanten zijn aangetroffen, al een ontbinding van de huurovereenkomst kan rechtvaardigen. meer…
Tags: bestemming, contractuele verplichting, Goed huurderschap, hennep, huurovereenkomst, Huurrecht, Ontruiming, Woonruimte
De ROZ-modellen voor de verhuur van winkel- en kantoorruimte bevatten zowel een omschrijving van het gehuurde (art. 1.1) als een beschrijving van de bestemming (art. 1.3). Voor de omvang van de rechten en verplichtingen over en weer maakt het verschil of de bestemming, bijvoorbeeld restaurantbedrijf, alleen is opgenomen in artikel 1.3 of ook in artikel 1.1. Als de omschrijving algemeen is en de bestemming specifiek, dan kan de huurder de door hem gemaakte kosten om deze specifieke bestemming te realiseren niet doorbelasten aan de verhuurder. Dit is uitgemaakt in een arrest van het Gerechtshof Amsterdam.
meer…
Tags: bestemming, gebrek, huurovereenkomst
Op 1 juni 2010 is het wetsvoorstel kraken en leegstand aangenomen door de Eerste Kamer. Op kraken staat vanaf inwerkingtreding van de wet een hoge strafrechtelijke sanctie, namelijk een maximale straf van één jaar. Indien kraken gepaard gaat met intimidatie of geweld dient de kraker echter rekening te houden met een maximale straf van twee jaar. Als de krakers daarbij bovendien als groep opereren kan de celstraf zelfs oplopen tot twee jaar en acht maanden.
meer…
Tags: bestemming, bestuursdwang, kraken, leegstand
Brova huurt sinds 1 december 2005 van de Kroonenberg Groep voor de duur van 10 jaar een winkelunit in het winkelcentrum De Barones te Breda. In huurovereenkomst is opgenomen dat de winkelunit uitsluitend zal worden bestemd om “te worden gebruikt als winkelruimte voor de verkoop van damesmode, één en ander in de ruimste zin des woords, conform de “Dutch” formule door Brova B.V.”. De formule blijkt niet levensvatbaar te zijn. Brova laat haar verhuurder weten genoodzaakt te zijn te stoppen met de noodlijdende “Dutch” formule en dat daardoor de huur eindigt. De verhuurder laat het daar niet bij zitten en start een procedure. Brova is ingevolge artikel 7:214 BW namelijk verplicht om overeenkomstig de overeengekomen bestemming het gehuurde te gebruiken en die bestemming is volgens haar niet beperkt tot de “Dutch” formule. Brova stelt daarentegen dat de bestemmingsclausule juist exclusief is en zich wél beperkt tot de “Dutch” formule. En aan die beperkte bestemming kan zij onmogelijk voldoen. meer…
Tags: bestemming, exploitatieplicht, huurovereenkomst