Kamer akkoord met energielabels in woningwaarderingsstelsel
Op 8 maart 2011 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel om energielabels in het woningwaarderingsstelsel (het puntensysteem) op te nemen. De verwachting is dat het wetsvoorstel op 1 juli 2011 in werking treedt.
Wetsvoorstel
De wijziging biedt verhuurders van woningen, waaronder woningcorporaties, meer mogelijkheden om investeringen in duurzame, energiebesparende klimaatinstallaties door te berekenen in een hogere huurprijs. Het huidige woningwaarderingsstelsel, dat dateert uit 1979, biedt daarvoor geen mogelijkheden. De praktijk was echter dat de Huurcommissie een aantal duurzame klimaattechnieken – zoals zonnecollectoren, micro-WKK’s, individuele verwarming met warmtepomp, etc. – reeds in extra punten waardeerde, waarbij aansluiting werd gezocht bij bestaande puntentoerekeningen voor installaties. Die extra punten betekende meer huurinkomsten. Het aantal extra punten was echter minimaal en bij lange na niet voldoende om de kostbare investeringen in de duurzame installaties terug te verdienen.
De wetswijziging betekent dat huurwoningen met een goed energielabel in het nieuwe stelsel meer punten scoren, terwijl huurwoningen met lagere energielabels minder of geen punten krijgen. Dit zou voor slecht gelabelde huurwoningen zelfs een huurverlaging met zich mee kunnen brengen. Er is sprake van een overgangstermijn van 2.5 jaar. Verhuurders hebben daardoor nog tot 2014 de tijd om slecht gelabelde huurwoningen aan te pakken en huurverlagingen te voorkomen.
Het wetsvoorstel is door Aedes en de Woonbond gemaakt in samenwerking met het toenmalig ministerie van WWI. Bij het maken van lokale afspraken over energiebesparende maatregelen kunnen woningcorporaties en huurders gebruik maken van de ‘woonlastenwaarborg’. Die is door Aedes en de Woonbond ontwikkeld en geeft huurders de garantie dat hun woonlasten per saldo niet stijgen.
Huurprijzenplafond
Het wetsvoorstel neemt niet weg dat het ‘huurprijzenplafond’ gehandhaafd blijft. Dit kan betekenen dat woningcorporaties, ondanks de extra punten voor de duurzame installaties, toch niet alle investeringskosten kunnen doorbelasten in een hogere huurprijs. Het probleem van de maximale huurprijs zou mogelijk gepareerd kunnen worden door de duurzame klimaatinstallaties afzonderlijk van de woning te verhuren. Dit is naar onze mening alleen een optie indien de klimaatinstallaties geen bestanddeel zijn van de woning. Daarvoor is het kort gezegd noodzakelijk dat de aan te leggen duurzame klimaatinstallatie een aanvulling op de reeds bestaande klimaatvoorzieningen dient te zijn. Daardoor behoudt de klimaatinstallatie voldoende zelfstandigheid, waarbij zij ook ten dienste staat van andere bestemmingen/zaken dan de woning zelf. Een dergelijke ‘dubbele klimaatinstallatie’ is in de praktijk echter niet financieel haalbaar en ook niet wenselijk.
Oplossing
Een oplossing kan naar onze mening worden gevonden in een situatie waarbij de klimaatinstallaties – zoals bijvoorbeeld het dak waarin zonnecellen zijn geïntegreerd of een WKO– in juridische zin zoveel mogelijk te splitsen van de woningen zonder dat dit een beperking van het huurgenot met zich meebrengt. In een aantal pilots (nieuwbouw en bestaande bouw) wordt deze oplossingsrichting momenteel nader uitgewerkt. Onze verwachting is dat dergelijke oplossingsrichtingen de komende jaren een vlucht zullen nemen.
Gerelateerde artikelen:






